Blackwell
Naar aanleiding van de publicatie van Blackwell, de nieuwe gothic novel van Kevin Valgaeren, stelde uitgeverij Lannoo tien vragen aan de auteur. Het interview werd gepubliceerd in de aanbiedingsfolder van Lannoo.


Lannoo: Blackwell is je vierde boek. Wordt schrijven makkelijker of net moeilijker?
Kevin: Schrijven wordt moeilijker, omdat de lat steeds hoger moet, maar het wordt tegelijk ook prettiger.

Lannoo: Wanneer was je voor het laatst echt bang?
Kevin: Vijf minuten geleden. Ik ben bijna altijd bang.

Lannoo: Jij bent naast auteur ook boekhandelaar. Denk je dat dat een invloed heeft op de boeken die je schrijft?
Kevin: Nee, niet echt. Mocht dat wel het geval zijn, dan had ik waarschijnlijk misdaadverhalen geschreven met een lijk op pagina 1 en de introductie van een rechercheteam op pagina 2. Zulke boeken blijven nu eenmaal het best verkopen.

Lannoo: Seance was genomineerd voor de Harland Awards Romanprijs, die is opgericht om het fantastische genre te promoten. Hoe komt het dat dit genre wat onderbelicht blijft?
Kevin: Daar kan je paginalange analyses over schrijven, maar het komt erop neer dat in de literaire kringen van de Lage Landen nog steeds een verkeerde consensus heerst die stelt dat alle genreliteratuur minderwaardig is ten opzichte van literaire fictie. Het fantastische genre, en dan vooral de griezelliteratuur, bengelt helemaal onderaan de lijst van literatuur voor mensen met een goede smaak, en dat is jammer omdat het niet correct is, en bovendien redelijk discriminerend, omdat je op basis van enkele slechte boeken een hele soort literatuur uitsluit. Gelukkig is daar in academische kringen de laatste vijf jaar wat verandering in aan het komen.

Lannoo: Jouw boeken spelen zich vaak af in het Engeland van de 19de eeuw. Had je graag geleefd in die tijd?
Kevin: Nee, maar als ik geen keus zou hebben, dan enkel als een man van goede komaf. Voor vrouwen was het leven sowieso bikkelhard, en als je arm was—wat de meeste mensen waren—dan kon je het gewoon vergeten.

Lannoo: Voor jouw boeken doe je steevast veel research. Wat is het interessantste dat je daarbij al ontdekte?
Kevin: De interessantste dingen verwerk ik natuurlijk in mijn boeken, maar ik kan na al die research formeel verklaren dat het vroeger niet beter was—zoals men zo graag beweert—maar wel mooier. Veel mooier.

Lannoo: Wat vind je het vervelendst aan auteur zijn?
Kevin: Het vervelendste voor mij is die keer, net voor het ter perse gaan van een boek, dat je het manuscript voor de laatste keer leest. Dat is altijd die keer teveel.

Lannoo: In Blackwell verwijs je naar de mythe van de Vliegende Hollander. Wat betekent dat verhaal voor jou?
Kevin: Ik word aangetrokken door personages die worstelen met hun eindigheid en koste wat het kost de eeuwigheid willen trotseren. De kapitein van de Vliegende Hollander was ook zo iemand. Ik worstel ook met mijn eindigheid, maar de eeuwigheid trotseren zit er wellicht niet in.

Lannoo: Hoofdpersonage Jericho Blackwell is haast onuitstaanbaar mysterieus. Is hij op een bestaand iemand geïnspireerd?
Kevin: Wie zal dat zeggen?

Lannoo: Wat is het mooiste compliment dat je al kreeg van een lezer?
Kevin: Ik bedien mezelf graag van een speekmedaille, als mijn verhalen lezers van hun nachtrust beroven. Als iemand me komt vertellen dat hij of zij een nachtje heeft doorgelezen, wat soms wel eens gebeurt, dan is mijn missie geslaagd.